Het eerste onderzoek dat een overzicht toont inzake “crypto-regulering”

Het Cambridge Centre for Alternative Finance, met steun van het Nomura Research Institute (NRI), heeft de eerste wereldwijde vergelijkende studie voor regulering van crypto-assets uitgevoerd en het rapport is zeker niet teleurstellend.

Volgens de auteurs van het rapport, bestrijkt de studie 23 jurisdicties en is deze gebaseerd op zowel desktoponderzoek als persoonlijke interviews met toezichthouders en beleidsmakers. Het rapport wil verschillende regulerende benaderingen en praktijken in een aantal jurisdicties met betrekking tot crypto-assets vergelijken en tegen elkaar afwegen om zo een licht te werpen op de huidige uitdagingen en opportuniteiten wat betreft het reguleringsbeleid”.

Hoogtepunten uit het rapport zijn onder meer:

  1. Het gebrek aan gestandaardiseerde terminologie voor crypto-assets bij verschillende regelgevers en rechtsgebieden. Dit belemmert een gecoördineerde wereldwijde reactie van de regelgevingskwesties.
  2. De meeste geavanceerde regelgevingskaders zijn op dit moment vooral te vinden in landen met een minder rigide houding ten opzichte van het financiële systeem. Deze landen vertonen ook een lager niveau van binnenlandse activiteiten op het gebied van crypto-assets. In tegenstelling tot de bestaande wetgeving heeft 47 procent van de rechtsgebieden met een hoog niveau van binnenlandse crypto-activiteit gekozen voor een “retrofitting” aanpak van de regelgeving. Dit wil zeggen dat ze bestaande wetten en regels gaan aanpassen om zo de activiteiten van cryptocurrencies onder de bestaande wetgeving te brengen.
  3. De meerderheid van de onderzochte jurisdicties (82 procent) maakt ook een onderscheid tussen een cryptocurrency die karakteristieken van een security vertoont. Cryptocurrencies die in aanmerking komen als een security worden hierdoor automatisch onder de security-wetgeving gebracht.
  4. De toezichthouders hebben vooral hun aandacht gevestigd op ICO’s en de crypto-exchanges. Dit zijn de toepassingen die vergelijkbaar zijn met welbegrepen activiteiten van de traditionele financiële markten. Daarom worden andere essentiële activiteiten die specifiek zijn voor crypto-assets, zoals de distributie van altcoins (bv. airdrop, fork) en het creëren van crypto-assets door middel van mining, over het hoofd gezien. Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben, omdat dit afhankelijk is voor de ontwikkeling van de cryptomarkt.

 

Het rapport is opgesplitst in vier delen die hier worden samengevat:

Hoofdstuk 1

Hier wordt een theoretisch kader geschetst voor de conceptualisatie van crypto-assets en aanverwante activiteiten. Het gaat in op drie belangrijke factoren die betrekking hebben op de regulerende context: (1) de aard en vorm van crypto-assets, (2) de uitgifte van crypto-assets, en (3) intermediaire activiteiten in de levenscyclus van crypto-assets. Er worden een aantal aanbevelingen op het gebied van regelgeving gedaan, waaronder de volgende:

  • Traditionele assets die geregistreerd zijn op een infrastructuur van gedistribueerde grootboektechnologie (d.w.z. tokenisatie) moeten onderscheiden worden van nieuwe en oorspronkelijk digitale crypto-assets met unieke kenmerken. Het fundamentele nieuwe kenmerk van een native-digital crypto-asset heeft een stimulerende functie binnen een bepaald netwerk.
  • Een juridische en regelgevende classificatie van een crypto-asset moet gebaseerd worden op een grondige beoordeling van verschillende factoren (bv. rechten, toegang, economische functie van het token), die over het algemeen van geval tot geval onderzocht moet worden.
  • De meeste cryptogerelateerde activiteiten die door intermediairs worden verricht, vertonen sterke gelijkenissen met bestaande financiële activiteiten van de traditionele markten (bv. effectenbeurzen en handel) en kunnen dan ook op die manier gereguleerd worden. Slechts een relatief klein aantal cryptospecifieke activiteiten kunnen als innoverend worden beschouwd (bv. mining).
Hoofdstuk 2

Dit geeft een globale comparatieve analyse van de crypto-regulering over 23 rechtsgebieden. Het onderzoekt de regelgevende instanties die crypto-assets reguleren, hun huidige definitie en classificatie van crypto-assets en hun aanverwante activiteiten, alsook de regelgevende processen en reacties (bv. bestaande regelgeving, retrofit regelgeving, maatwerkregulering). De belangrijkste bevindingen van dit hoofdstuk zijn onder meer:

  • De reikwijdte van de verschillende regelgevende instanties (“regelgevingsomvang”) kunnen elkaar overlappen en doet dat ook vaak bij de regulering van de crypto-activiteiten. Uit het onderzoek is gebleken dat er gemiddeld drie verschillende nationale instanties per rechtsgebied een officiële verklaring over crypto-assets hebben afgelegd, inclusief waarschuwingen.
  • De uitbreiding van de oorspronkelijke onderzoekssteekproef van 23 jurisdicties tot 40 jurisdicties onthult dat de centrale banken meestal het eerste type regelgevende instantie zijn geweest die officiële verklaringen hebben gedaan (met inbegrip van waarschuwingen over cryptoactiva), gevolgd door overheidsdepartementen (bv. het Ministerie van Financiën) en financiële toezichthoudende instanties .
  • Er bestaat geen standaardgebruik van terminologie bij toezichthouders en er zijn verschillende termen gebruikt om te verwijzen naar crypto-assets in officiële verklaringen. Vooral, de term virtuele munt is het vaakst gebruikt in officiële documenten, hoewel het ook vaak afwisselend gebruikt wordt met de termen cryptocvaluta en digitale munt.
Hoofdstuk 3

Dit benadrukt enkele van de meest prominente uitdagingen en mogelijke hiaten die voortvloeien uit de ontwikkeling en implementatie van de crypto-regelgeving. Het hoofdstuk bevat vier belangrijke bevindingen:

  • De regelgevende instanties hebben hun aandacht tot nu toe vooral gericht op ICO’s en exchanges. Daarom worden andere belangrijke activiteiten, zoals de distributie van altcoins (d.w.z. airdrop and fork), gedecentraliseerde exchanges en het creëren van crypto-assets door middel van mining, over het hoofd gezien.
  • Onduidelijke terminologie en classificatie, de inherente beperktheid van de regelgevende grondbeginselen en regelgevingsarbitrage zijn factoren die het vermogen van regelgevers in vraag stellen om hun reguleringsgebied op robuuste wijze te omschrijven en te reguleren.
  • In veel van de onderzochte rechtsgebieden hebben de toezichthouders de belangrijkste risico’s inzake financiële integriteit en systeemkwesties, alsook de bescherming van beleggers en consumenten aangepakt. Bijkomende risico’s zouden verdere aandacht van de regelgevende instanties kunnen opwekken.
  • De security wetgeving, de bank- en betalingswetgeving en/of de AML-wetgeving hebben tot op heden het meeste aandacht gekregen. De toezichthouders moeten wellicht overwegen hoe andere wetgevingen van toepassing kunnen zijn, zoals belastingen- of eigendomsrecht. De regelgevers zouden de doeltreffendheid en adequaatheid van de bestaande regelgeving volledig kunnen onderzoeken alvorens nieuwe en op maat gemaakte regelgeving te ontwikkelen, en ze zouden ook kunnen nagaan welke crypto-activiteiten geen (aanvullende) regelgeving nodig hebben.

Hoofdstuk 4 bestaat uit een diepgaande analyse van de crypto-asset regelgeving in 23 jurisdicties die de ruggengraat van de vergelijkende analyse vormt. Het onderzoeksteam hoopt dat hun rapport zal dienen als een nuttige studie om de belanghebbenden uit de industrie te informeren en om de regelgeving en het beleid op basis van het onderzoek te onderbouwen.

De 23 geselecteerde rechtsgebieden bestaat uit: Abu Dhabi, Australië, Bermuda, Canada, China, de Europese Unie, Estland, Frankrijk, Duitsland, Gibraltar,
Hongkong, India, Israël, Japan, Malta, Mexico, Rusland, Singapore, Zuid-Korea, Zwitserland, Thailand, Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten van Amerika (VS).

De meest opvallende grafieken uit het rapport

Naast deze samenvattingen van zeer hoog niveau, zijn er een aantal interessante grafieken en visualisaties in het rapport te vinden. Hier zijn er een paar die ons opvielen:

Verdeling van de classificatie van de regelgevende autoriteiten die voor het eerst een officiële verklaring over crypto-assets in hun respectievelijke rechtsgebied hebben gegeven

Deze grafiek is gebaseerd op de uitgebreide steekproef van 40 rechtsgebieden.

 

In 2011 publiceerde de Franse AML-regulator Tracfin het eerste officiële rapport waarin melding werd gemaakt van crypto-assets door een regulerende instantie, gevolgd door de Europese Centrale Bank in 2012 (onderstaande afb). In 2014, had 93% van de geanalyseerde jurisdicties zijn eerste officiële verklaring gepubliceerd. Opvallend is dat de meerderheid (75%) in 2013 de eerste officiële uitspraken deed, het jaar waarin de markt de grootste bubble beleefde sinds het ontstaan van Bitcoin in 2009.

Dit is de tijdlijn van de eerste officiële verklaringen, Deze grafiek is alsook gebaseerd op de uitgebreide steekproef van 40 rechtsgebieden.

 

Hieronder wordt aangetoond dat de term virtuele valuta de meest populaire term is, ook al is het gebruik ervan sinds 2016 afgenomen. Het is vermeldenswaardig dat de begrippen cryptovaluta, virtuele valuta en digitale valuta dikwijls door elkaar worden gebruikt, met verschillende officiële documenten die alle drie de termen bevatten.

Evolutie van de door de toezichthouders gebruikte terminologie (2013-2019). Deze grafiek is gebaseerd op de terminologie die gebruikt wordt door toezichthouders uit de 23 geselecteerde rechtsgebieden en door bepaalde internationale organisaties. 

Onderstaand afbeelding toont aan dat er tot op heden een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen crypto-assets die als een security worden beschouwd en de assets die dat niet zijn (82% van de geselecteerde jurisdicties). De criteria die door deze rechtsgebieden worden gebruikt om te bepalen of een crypto-asset als een securiy wordt beschouwd, verschillen van rechtsgebied tot rechtsgebied. De meeste rechtsgebieden (80%) werken van geval tot geval om zo de kenmerken van elk asset afzonderlijk te beoordelen, terwijl 20% van deze rechtsgebieden gebruikmaakt van een financiële test (bijvoorbeeld de “Howey Test” in de VS).

Regelgevende maatregelen voor de crypto-asset classificatie

Slechts 4 van de 23 geselecteerde rechtsgebieden maken geen expliciet onderscheid tussen security tokens en andere crypto-assets, voornamelijk vanwege twee tegenstrijdige factoren, namelijk:

  • Het verbod op distributie van crypto-assets (bijvoorbeeld het Chinese verbod op ICO’s).
  • De gedachte dat jurisdicties flexibel blijven en dat zij op de hoogte blijven over de ontwikkeling van nieuwe soorten crypto-assets.

Voorbeelden hiervan zijn Bermuda en Thailand, dit vanwege hun gebrek aan een token classificatiesysteem.

 

 

Het is duidelijk dat er veel werk is verricht bij de opstelling van dit rapport. Naar onze mening is het goed onderzocht en zeer informatief. Als je het hele document wilt lezen, dan kun je dat vinden op de volgende pagina’s:

 

Heeft u vragen over dit artikel of bent u van een andere mening? Laat het ons dan zeker weten. Word lid van onze Telegram groep en kom rechtstreeks in contact met al onze teamleden en met andere crypto-enthousiastelingen. De groep is interactief en bevat alle relevante informatie die voor u van nut kan zijn. De groep is voor iedereen toegankelijk en we proberen iedereen verder te helpen waar kan.

 

 

What's your reaction?

Leave a comment